Gisteravond keek ik naar het programma Op1 van de NPO waar als laatste item Tim Hofman in gesprek ging met Gert-Jan Segers.
De jonge populaire god van de publieke omroep, Tim Hofman, maakte het punt dat, zeker nu in de coronatijden, de grondwet religie een uitzonderingspositie geeft die eigenlijk in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

In artikel 6 en artikel 23 van de grondwet krijgen religieuze organisaties en scholen een verheffingsprincipe toebedeeld. Een goed voorbeeld is dat religieuze scholen nog steeds homoseksuele leerlingen mogen weigeren en/of uitschrijven als deze leerlingen hun homoseksualiteit ook werkelijk praktiseren. Dit, terwijl in artikel 1 van de grondwet, toch heel duidelijk staat vastgelegd dat niets of niemand in ons land een ander mag discrimineren of uitsluiten op basis van iemands seksualiteit en of geaardheid.

Deze discussie is altijd al een belangrijke en één die we, in mijn ogen, altijd moeten blijven voeren. Maar nu in de coronatijd wordt de bevoorrechting van  religieuze organisaties extra duidelijk. Want kerken, moskeeën, tempels en synagogen, hoeven zich niet te houden aan het samenscholingsverbod van maximaal 30 personen. Dit onder het mum van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

Maar daar zit nu net het probleem. Want wie bepaalt dat iets een levensovertuiging is en wat niet?

Ik ben een theatermaker. In mijn ogen is kunst en theater niet een vak maar een leven. Waarom valt dat dan niet onder de levensovertuiging.  En zoals Tim Hofman schetste in het programma, zullen vele fanatieke voetbalfans hun club ook verafgoden en zien als het belangrijkste geloof in hun leven. Ze krijgen er voldoening, invulling en misschien zelfs verlichting door. Dus waarom zijn hun clubs dan niet een geloof. Bij sommige voetbalclub fans zou je zelfs kunnen zeggen dat het geloof in hun club net zo ver gaat als die van kerken, aangezien de bewering dat die club de allerbeste is, op net zoveel fictie gebaseerd is en niet met  wetenschappelijke bewijzen te onderbouwen valt, als welke religie dan ook.

Gert-Jan Segers gaf als tegenargument dat het verschil is dat er heel veel plekken zijn in de wereld waar die vrijheid van geloof niet zeker is. Dat er in het verleden en nu nog vele mensen zijn die worden vervolgd voor hun geloof. Maar hoe waar dit argument ook is, is dit in deze discussie niets meer dan Christelijk gelul.

Want hoewel dit misschien niet voor voetbal geld, geld het argument, wat Gert-Jan Segers maakt, ook voor kunst en theater.
Als er één uiting is in de wereld geschiedenis waarom mensen zijn vervolgd, is het wel kunst. En nu nog worden vele kunstenaars in gevangenissen gegooid, gemarteld of vermoord omdat een regime het niet zint.

In Rusland worden homoseksuele kunstenaars namelijk naar strafkampen gestuurd als zij enige uiting van homoseksualiteit in hun kunst verwerken.
De zeer succesvolle conceptuele kunstenaar, Ai Weiwei, is zijn leven niet zeker zijn als hij terug zou keren naar China. En zelfs in Nederland werd in de jaren zestig nog, gevierd schrijver Gerard Reve, veroordeeld omdat hij een controversieel lied had gemaakt. Saillant detail is dat het bij Gerard Reve de christelijke partijen waren die tot zijn veroordeling opriepen.

Wat ik vooral wil zeggen is dat kunst wel degelijk behoord tot levensbeschouwing en dus gelijk getrokken zou moeten worden met de uitzonderingen voor kerken. Echter ben ik er nu met de huidige coronatijden voor dat we de religieuze organisaties en instellingen gelijk trekken met iedereen. Geen samenkomsten met meer dan 30 personen. En doe je dat toch dan krijg je een boete en moet je volledig sluiten.
Geen Christelijk gelul meer maar gewoon gelijkheid voor iedereen.

Eerder verschenen post in deze categorie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.